Review: Portishead – Third

Mocht er op de popopleidingen die Nederland kent een college zijn over 'moeizaam tot stand gekomen albums vanwege haast ziekelijk perfectionisme', dan kan een flink deel van die les voortaan worden gewijd aan Third, het derde album van Portishead, elf jaar na het laatste wapenfeit verschenen, terwijl niemand nog dacht dat de band met iets nieuws zou komen. De groep uit Bristol rond dj Geoff Barrow, gitarist Adrian Utley en zangeres Beth Gibbons debuteerde in 1994 spectaculair met Dummy: vol sfeervolle, krakerige film- en jazzsamples, trage hiphopbeats. knap scratchwerk en de omfloerste zang van Gibbons. Ondergetekende was acuut verslaafd, kort daarna werd Glory Box een hit en het journalistieke hokje triphop was geboren, waar Portishead net als totaal verschillend klinkende acts als Tricky en Moloko (!) in geperst werd.

Een titelloos, iets grilliger tweede album in dezelfde lijn volgde, net
als een live-plaat met orkest (Roseland NYC). Toen opnames voor een
nieuw album in 2001 in de vuilnisbak belandden, leek het einde oefening
voor de groep. Tot eind vorig jaar, toen Portishead verscheen op de
affiche van festival All Tomorrow's Parties in Londen en daar nieuw
werk presenteerde.

De toen voor het eerste gespeelde nieuwe songs baarden direct opzien
en staan nu op duistere, experimentele en opvallend rauwe Third, waarop Barrow en Utley het roer radicaal hebben
omgegooid zonder echter de herkenbaarheid van het Portisheadgeluid te
verliezen. En dat alleen al is razendknap. Third mocht namelijk geen
koffietafelmuziek worden, of dienen als aangenaam achtergronddeuntje
bij een hip dinertje, aldus Barrow. Beats en samples gingen daarom de deur uit, Barrow speelt op Third voornamelijk echte (elektronische) drums.

Tuurlijk, de gebleven herkenbaarheid ligt voor een flink deel aan het
immer karakteristieke, getergde stemgeluid van Beth Gibbons. Dan weer
fluistert ze als een klein, bibberend vogeltje, dan weer haalt ze fel
en krachtig uit, als een feeks die niemand kan temmen. Ook na elf jaar
is er geen zangeres die tegelijkertijd zo kwetsbaar en krachtig kan
klinken als zij. Maar ook qua klankbord en sfeer zijn veel songs op
Third nog steeds herkenbaar als Portishead. En dat zonder hiphopbeats,
scratches of samples, terwijl de sfeer in veel songs ook stukken
grilliger en compromislozer is.

Het is vanaf de eerste seconde inktzwarte duisternis: Silence wordt
voortgejaagd door een swingend (!), verslavend, ratelend ritme met
piepjes, kraakjes en spanningsrijk film noit-achtig gitaarwerk. De
getormenteerde zang van Gibbons valt pas na twee minuten in, maar voelt
hier alles behalve een bevrijding. Zelden klinkt muziek zo beklemmend,
beklemming klonk zelden zo mooi. Opeenvolgende tracks als Hunter en The
Rib zijn van die soortgelijke sluipmoordenaars, waar liefhebbers van
donkere klanken zich echter maar wat graag keer op keer door laten
besluipen.

Portishead 'nieuwe stijl' hoor je het beste in het middenstuk van de
plaat. Een stuwende, up-tempo timpani-beat drijft het hypnotiserende We Carry On voort naar
enkele opwindende climaxen en zorgt voor een vreemde, naargeestige
opwinding. Het kleine, folky miniatuurtje Deep Water met jaren '20 koortje gunt de luisteraar
dan even anderhalve minuut adempauze voor de uppercut van de plaat: de
kneiterharde industriële beats van Machine Gun – New Order's Blue
Monday overstuurd en in slow motion? – maken dit nummer tot de hardste
track die Portishead ooit opnam, en toch blijft de kwetsbaar klinkende
zang van Beth Gibbons erop overeind.

Daarna is deze zware koek nog niet op, met Small dat een finale heeft
in de vorm van een horrorwals met drammend orgel en gitaargefreak. Magic Doors
is een van de meer rechtlijnige, zelfs mooie liedjes op de plaat, die een
ronduit dreigende, verstikkende afsluiter kent in de vorm van Threads.

Door zo compromisloos te werk te gaan, door met zulke grilliger en
intensere, nog altijd unieke muziek aan te komen en toch herkenbaar te
blijven als Portishead, maakt deze band vrij onverwacht misschien wel haar beste album
tot nu toe. Na elf jaar stilte met een onbetwist meesterwerk op de proppen komen, wie kan dit Portishead nazeggen?

Portishead – Machine Gun, live bij Jools Holland

facebook share facebook share

1 Reacties // Reageer

One thought on “Review: Portishead – Third

  1. Pingback: Portishead broedt alweer op vierde album | Alternative

  2. Pingback: Weet u nog? - Alternative Blog in mei 2008 | Alternative

  3. Pingback: Jij mag Portishead vertellen hoe nieuwe muziek wordt verkocht | Alternative

  4. Pingback: In Première: The Horrors - Sea Within The Sea | Alternative

  5. Pingback: Alternative » Portishead begonnen met werk aan vierde album

  6. Pingback: Interview: Geoff Barrow over Beak> en Portishead in 2010 | Alternative

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>