- Home
- Colofon / Contact
- Algemeen
- Review: Dirty Projectors – Bitte Orca
Nieuwsgierige indieliefhebbers met een voorkeur voor vreemde avonturen hoeven hun blik voorlopig nog niet van New Yorks Brooklyn af te wenden. Kort na het prachtige Veckatimest van Grizzly Bear, staat nu Dirty Projectors vanuit dezelfde borough te trappelen om definitief een groter publiek met een voorliefde voor arty farty muziek aan zich te binden.
Dat doet deze reeds sinds 2002 actieve band rond zanger/gitarist Dave Longstreth met haar meest toegankelijke werkstuk tot nu toe, het eerste op het grotere label Domino, getiteld Bitte Orca. Na twee tamelijk ingewikkelde conceptplaten, klinkt de vernuftige, bij vlagen zowel catchy als nog steeds flink ontregelende indiepop van de band makkelijker te behappen dan ooit. Een voorteken hiervan was er al op de liefdadigheidscompilatie Dark Was The Knight, waarop de band met oud-Talking Head David Byrne het speelse Knotty Pine afleverde.
Zoeken naar bekend in de oren klinkende songstructuren in de negen liedjes op Bitte Orca is echter nog steeds volslagen zinloos. Je struikelt bij het luisteren over de bizarre wendingen, tempowisselingen en knappe ideeën in de nummers, vermengd met de engelenzang van nachtegaaltjes Amber Coffman (gitaar) en Angel Deradoorian (bas), wiens hoofden de plaathoes sieren. Hun ‘achtergrondzang’ is vaak harder gemixt dan de soms dramatische leadzang van Longstreth, wiens stem soms flink de hoogte in schiet.
Ook al klinkt Dirty Projectors met deze plaat toegankelijker dan voorheen, dat is dan wel relatief. Want soms lijkt het alsof muzikanten en vocalisten in één liedje allemaal volstrekt hun eigen ding aan het doen zijn. Neem bijvoorbeeld Temecul Sunrise of The Bride, waarin drumbreaks en gitaren op het eerste gehoor dwars over elkaar lijken te tuimelen, terwijl de samenzang van Amber en Angel zich nog weer elders lijkt af te spelen. Na enkele luisterbeurten valt de georganiseerde chaos echter plotsklaps op z’n plek.
Daarbij put de groep uit tal van muziekstijlen in de liedjes. Er worden hapjes van genomen, die als bouwstenen in de liedjes worden gebruikt. Single Stillness Is The Move verslaat heel eigenwijs de gangbare R ‘n B-troep die ons teistert. In Remade Horizon duiken Afrikaans aandoende gitaarpartijtjes op, zoals ze de laatste tijd wel vaker gebruikt door hippe New Yorkse bands. Prijsnummer Useful Chamber begint als een soort lome funk, maar explodeert uiteindelijk zeer onverwacht alsnog in dikke lagen gitaarfuzz. Kort daarvoor pakte ook een kleiner gehouden folky liedje als Two Doves al ronduit bloedmooi uit, niet in het minst dankzij fraaie strijkers.
Zonder al het voorgaande werk van Dirty Projectors goed gehoord te hebben, durven we te zeggen dat Dirty Projectors met Bitte Orca in ieder geval de nagel op de kop slaat. Als je tenminste van wat kunstzinnige gekte en avontuur in je muziek houdt, anders ren je misschien net zo hard weg voor de kirrende dames, gitaargepiel, vreemde breaks en al die andere fratsen die Bitte Orca in wezen zo spannend maken. Tot nu toe regeert Brooklyn ook in 2009. (****)
Dirty Projectors – Stillness Is The Move
Lees ook:Video: Solange Knowles zingt met Dirty Projectors
Lees ook:Dirty Projectors in september naar de Melkweg
Lees ook:Video: Dirty Projectors speelt Cannibal Resource bij Letterman
Lees ook:Download: gratis Dirty Projectors-single Ascending Melody
Lees ook:Prijsvraag: win kaarten voor Dirty Projectors in Tivoli, Utrecht
Heb jij Alternative.Blog nog steeds niet toegevoegd aan je Google homepage of Reader? Klik hier!