Interview met Spinvis

Spinvis is een van mijn helden. Hij is één van die artiesten die bij mij de soundtrack maakte van mijn adolescentie. Vrijdag 1 april speelde hij in een uitverkochte Utrechtse Stadsschouwburg. Vlak voor het optreden sprak ik met hem. Over zijn nieuwe show, De Weerman, over dichtertjes in bandjes, en over hoe zijn liedjes pas goed zijn als ze pijn doen.

.

.

Ik mocht Spinvis, Erik de Jong, ophalen van het podium, waar hij met zijn band een laatste soundcheck aan het doen was. We gingen naar een rustige kleedkamer om te praten. Hij vertelde dat hij Alternative goed kent. Journalisten vragen toch vaak hetzelfde, zei hij. Hoe goed hij ook zijn best doet, uiteindelijk geeft hij dan ook dezelfde antwoorden. Ik begon daarom maar makkelijk. Had hij zin in de show?

Spinvis vertelt dat hij er heel veel zin in heeft. Na drie uitverkochte avonden in de Kleine Komedie, eerder die week, is de tour van De Weerman nu halverwege. Het gaat goed. Hij zit er rustig en zonder zenuwen bij. We raken aan de praat. Ik vertel dat ik bij Alternative graag wat meer over hiphop zou willen schrijven, en dat ik Spinvis een goede eerste stap vind. Hij noemt Sugarhill Gang als een keerpunt, toen was hij achttien, in 1979. “Toen was hiphop nog heel metrisch”, herinnert hij zich. Nu vindt hij Snoop Dogg, Eminem en, tot mijn grote verrassing, De Jeugd van Tegenwoordig heel goed. “Er zit iets in hun muziek, iets absurds, wat ik heel lang niet heb gehoord in de Nederlandse muziek”. Op mijn vraag of De Jeugd niet te cynisch is voor Spinvis, zegt hij dat bij hun leeftijd hoort. “Ik probeer zelf niet ironisch te zijn, maar soms ontkom je er niet aan. Cynisme of ironie is wel een kleur die je goed kunt gebruiken, en je moet jezelf geen middelen gaan ontzeggen. Maar nee, het is zeker niet mijn bedoeling om dat te zijn”.

.

.

Ik vraag hem naar Simon Vinkenoog, de legendarische Amsterdamse dichter met wie hij veel samenwerkte. “Met Simon had het geen zin om te repeteren. Als je iets afspreekt is het op het podium weer weg, dan doet hij iets totaal anders. Máár, wat hij wel heel goed kan, op het podium, is de sfeer proeven, en dan in één keer toeslaan. En dat moment, dat is écht knap, dat probeer ik zelf ook, als ik dat ooit zou kunnen…”. Hij vertelt hoe hij bij de samenwerking met Vinkenoog veel meer een componist was. Hij zette Vinkenoog voor een microfoon, startte de band, en dan barstte Vinkenoog los: “dan gaat hij dansen, springen en doen”. En al die banden nam Spinvis dan mee naar huis en dan ging hij het allemaal opnieuw rangschikken en dan maakte hij er een liedje van. “Maar tegenwoordig is iedereen componist, arrangeur, producer en schrijver tegelijk. Moderne middelen zorgen voor een hele hybride manier van werken”.

De naam James Blake valt. Spinvis merkt op dat deze jonge zanger (of producer, of componist) heel erg goed is in het maken van sfeer, en het vereren van de stilte en de leegte. Minimalisme, het terugbrengen van muziek tot de kern. Blake die eigenlijk nauwelijks met teksten werkt, is tegengesteld aan de ontwikkeling van Spinvis als liedjesschrijver: “Ik gebruik eigenlijk steeds meer woorden. Als ik naar de nieuwe liedjes kijk vooral, dan worden teksten steeds belangrijker”. “Mijn liedjes worden hele verhalen. Vandaag nog, tijdens de soundcheck, heb ik twee coupletten vastgeplakt aan een nummer, gewoon omdat dat moest. Dat zul je zo wel horen”. Spinvis vertelt dat dit bij zijn ontwikkeling hoort, dat teksten steeds belangrijker worden, en dat hij daar niets aan kan doen. Toch blijft hij, voor zich zelf, componist. “Als ik moet kiezen, dan kies ik voor de muziek, die is uiteindelijk belangrijker dan de woorden”.

.

.

Ik beken hem dat zijn eerste plaat, Spinvis uit 2002, heel veel voor mij betekende, en dan vooral de teksten en het gevoel wat daaruit kwam. “Dat is je rol, als zanger”, zegt hij, “wat dat betreft ben ik net een medicijnman, priester of, zoals mijn vader, een leraar”. “Ook al ben ik nu vijftig, die eerste plaat voelt voor mij totaal niet Old Skool, zoals mensen vaak zeggen, of ver weg. Bagagedrager, Smalfilm, het is in mijn hoofd nog maar heel kort geleden”. “Al die nummers gaan niet over veertigers in Nieuwegein. Het zijn metaforen over dingen die veel groter zijn dan dat”. Dat overstijgen van leeftijden, categorieën en stijlen, dat is de echte uitdaging. “Daarin was Simon ook zo sterk, die was tachtig en stond gewoon op het podium voor een zaal voor jongelui, en hij ging gewoon voluit, zonder enige barrière”. “Op die leeftijd nog zo’n appeal te hebben, dat geeft goede moed voor de toekomst”. Was Vinkenoog een goede dichter? “Simon was allang geen dichter meer. Zijn kunst was zijn lichaam geworden. Zijn stem, zijn gebaren. Hij danste en bewoog. Hij was een samenstelsel van allerlei kunstvormen geworden”. Over goede poëzie is hij duidelijk. “Spreektaal is de taal waarin je alles moet doen. Dus ik vind dichters die moeilijke woorden gebruiken, of zelf woorden verzinnen, niet goed. Dan zie ik opeens decor”. “Goede poëzie moet op het randje van betekenisloos zijn. En dan toch met heel veel betekenis”.

We hebben het over de toekomst. Verandert Spinvis? Wordt het beter? “Dat is wat anderen vinden. Hoe anderen mijn muziek beleven, staat volledig los van wat ik doe. Ik maak altijd, al mijn hele leven, het beste wat ik kan. En dat zal ik blijven doen”. Anderen, journalisten en critici, dat blijft toch een worsteling voor Spinvis. Hij vertelt dat hij al tien jaar strijdt tegen het label “vinex-romantiek” dat hem door anderen is opgeplakt. Het maakt voor zijn muziek niet uit of hij in Amsterdam of in Nieuwegein woont. Dat is wat mensen zeggen die hem in een hokje willen stoppen. De muziek is dus niet plaatsbepaald. “Toch zou ik op mijn twintigste hele andere dingen hebben gemaakt dan nu, op middelbare leeftijd”.

Hij vertelt over de uitreiking van de Johnny van Doorn-prijs. Het juryrapport stelde dat hij zo goed was, dat het bijna poëzie wordt. “Bijna!? Ik doe iets beters dan poëzie! Alsof dichten het hoogst haalbare is. Mensen snappen vaak niet dat wat ik doe eigenlijk moeilijker is, omdat het ook nog in muziek moet passen: je kunt in het Nederlands heel veel woorden gewoonweg niet zingen”. Vindt hij het erg, stoort het hem dat dichters zo over hem praten? “Welnee! En bovendien, al die dichtertjes willen muzikant worden, die hebben allemaal een bandje!”.

.

.

Spinvis begint mij uit te leggen hoe hij liedjes schrijft. Het eeuwige spel met woorden, en de zoektocht naar de juiste woorden. “Ik puzzel eindeloos met mijn teksten, tot op het punt dat alles wat ik had willen zeggen verdwijnt, en plaatsmaakt voor iets nieuws. En dan gebeurt het. Dan heb je het. Dan voelt het goed. En dat heb je niet onder controle, dat kun je niet sturen. Moet je ook niet willen, daar moet je niet naar wroeten, dat gebeurt gewoon”. Zo ook met het nieuwe nummer, Heel Goed Nieuws. “Dat nummer miste een angel, een bite. En als je een angel nodig hebt, moet je het altijd zoeken bij de liefde. Als je je angel wil zoeken, moet je bij de liefde zijn. Dus nu heb ik er twee coupletten aan geplakt, en nu ben ik eindelijk zover dat ik het snap! Waarom wil de hoofdpersoon van dat nummer zo graag anders zijn? Omdat hij zelf anders wil zijn. Omdat hij dan zijn grote onbereikbare liefde kan bereiken. Dan is hij beter, groter”. Spinvis maakt heftige armgebaren, zit rechtop in zijn stoel. Hij gaat volledig op in het verhaal van zijn protagonist van Heel Goed Nieuws. Ik zie recht voor mij hoe Spinvis liedjes schrijft. Van de vrouw van veertig met die sigaret, tot die fietser over de Afsluitdijk, van die man die nooit te laat komt, en die mensen zonder mening, die alleen maar willen zwemmen. En dan die angst om te vergeten, de drang om wakker te blijven. “Voor Ik Vergeet was een prima nummer, gewoon een opsomming van allerlei dingen die je kunt vergeten, maar het had nog geen angel. En opeens had ik het: “voordat ik jou vergeet”! Natuurlijk! En toen klopte het pas. Maar toen was het nummer allang af. Maar het deed nog geen pijn. Eigenlijk ga je net zo lang door tot het pijn doet”.

We bespreken zijn nieuwe show. Een volle theatervoorstelling met een hele band, VJ, drumcomputers, en geluidseffecten. Hij vertelt dat hij de afwisseling tussen solo-optredens, alleen met een gitaar, en de samenwerking met band, heel fijn vindt. Op tour is het toch ook gezelliger met wat mensen om je heen. “Alleen is ook maar alleen. Het is eigenlijk heel praktisch”. Maar er zit wel degelijk een echte Spoken Word act in zijn nieuwe show: Lotus Europa. Die avond speelde hij het met volle geluidsmuur eronder, maar, zo zei hij, het leek hem fantastisch om dit nummer ook een keer als tekst voor te dragen, zonder muziek. Zo denkt hij over al zijn nummers veel na (“het zijn mijn kinderen”). Behalve Smalfilm. Die hoeft hij niet meer te spelen. Te cynisch, de tekst past niet bij Spinvis. “Die passage over een man die een fietser dood rijdt, die is te plat. Je mikt dan op een effect, op een snelle lach. En dat was juist precies de zin waar Theo van Gogh (met wie Spinvis samenwerkte voor Medea en Najib en Julia, TdG), wel écht een cynicus, zo laaiend enthousiast over was. En toen wist ik, nee, dit moet ik niet willen. Daar moet ik niet heen. Ik moet naar de romantiek”.

We praten verder, over zijn liefde voor Abba (“waanzinnige composities, en zó mooi in elkaar gezet”) en Gorillaz (“dat blijft toch fantastisch”), en punk legendes Gang of Four (“lekker voor in de auto”). Maar ook Flying Lotus draait hij veel. “Het lijkt erop dat stijl niet meer belangrijk is, maar de vorm, de manier waarop je expressie kunt beheersen. Er zijn geen grenzen meer aan de middelen”. En dan nog een belofte: “ik heb contact met Blaxtar en Typhoon, daar kan een samenwerking van komen”. Dan gaat hij eten, want z’n optreden begint al over een uur. Als ik beneden kom, zit de band al te eten.

.

.

Later die avond speelt Spinvis in een afgeladen Stadsschouwburg een wereldshow, vol oude bekenden en inderdaad een paar mooie nieuwe nummers. Ik ben de hele show ademloos, geen woord wil ik missen. Hij is beter dan vroeger, lijkt wel. Zijn band is ontzettend goed, en alles klopt. Geen fouten, geen onzuiverheden, geen technische problemen. Bijna alle favorieten kwamen voorbij, en ik was diep geraakt door nieuwe nummers Grote Zon en Heel Goed Nieuws, inderdaad prachtig en heel erg Spinvis. Verder haalde hij tot twee keer aan toe Simon Vinkenoog erbij. Bij de toegift Bagagedrager kwam Simon Vinkenoog weer langs. Schokkend mooi. Ik kan niemand bedenken in Nederland die op dit moment beter is. Spinvis heerst over muzikaal Nederland en deze theatertour bewijst dat hij dat waarschijnlijk nog wel even zal blijven doen. Zijn plaat komt in het najaar uit. Het theaterconcert De Weerman van Spinvis is nog tot en met 7 mei 2011 te zien in de Nederlandse theaters.

Thomas de Groot

facebook share facebook share

5 Reacties // Reageer

5 thoughts on “Interview met Spinvis

  1. yannic

    super interview!

      /   Reply  / 
  2. annet

    prachtig verhaal.. heel herkenbaar.. ik was daar ook in de schouwburg..

      /   Reply  / 
  3. Matthijs

    Heel sterk stuk! Ik benijd je, Spinvis is één van mijn favoriete artiesten. Heb je nog los kunnen krijgen wanneer we zijn nieuwe album mogen verwachten?

      /   Reply  / 
  4. Martien

    De 3e en 5e foto zijn door mij gemaakt voor 3voor12, je gebruikt ze zonder toestemming of naamsvermelding. Pas het aan!

      /   Reply  / 
  5. Pingback: Recensie: Spinvis – Tot Ziens, Justine Keller | Alternative

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>