Concertverslag: London Calling dag 1 (met o.a. The Amazing Snakeheads, Kate Boy en Saint Motel)

Kate Boy

Wie een vlugge blik op het blokkenschema van London Calling werpt ziet dat de ‘grote namen’ van deze editie (Sebadoh en Spoon) op de zaterdag hun opwachting zullen maken. Vrijdag is vooral een dag van grote onbekenden, met alleen The Amazing Snakeheads en Saint Motel, van dat liedje met die saxofoon ja, als bands die een beetje naam hebben gemaakt.

Eén van die grote onbekenden, Wild Child uit Texas, krijgt de eer om het festival in de grote zaal van Paradiso af te trappen. De band maakt muziek die we al vaker gehoord hebben, ergens in de buurt van The Lumineers en Of Monsters And Men; indiefolk met een viooltje en ukelele die nergens echt beklijft. Het helpt ook niet mee dat zangeres Kelsey Wilson live regelmatig haar noten niet haalt.

Daarna komt Gengahr in de kleine zaal, die eigenlijk bijna de hele avond bomvol is. Ook de muziek die Gengahr maakt hebben we vaker gehoord. Van die introverte indierock zoals Wild Beasts dat ook, en dan nog eens veel beter, kan. Terug in de grote zaal zijn we net op tijd voor de Oasis-pastiche van DMA’s. Wie de ogen sluit tijdens de muziek van de vier Australiërs hoort echo’s van Liam Gallagher en de gloriedagen van de Britpop. Leuk gedaan maar wel twintig jaar te laat.

Bad Breeding wordt in het programma van London Calling beschreven als een mix tussen The Kinks, Hüsker Dü en Black Flag. Die eerste hoor ik er absoluut niet in terug, die laatste twee echter wel. Keiharde hardcore punk dus. Lola Colt staat daarna in de grote zaal, met een soort theatrale ‘spaghetti-western-noir-pop crossover’ (van hun eigen site). Muzikaal zit het aardig in elkaar maar de galmende stem van de frontvrouw had wel een tandje minder gemogen.

The Amazing Snakeheads vormen in de kleine zaal één van de hoogtepunten van de avond. Het Schotse trio maakt zompige bluespunk en weet het ook overtuigend te brengen in het zweethol dat de kleinste zaal van Paradiso inmiddels is geworden. Met ‘Here It Comes Again’ hebben The fucking Amazing Snakeheads from fucking Glasgow, Scotland een lekkere kneiter in handen en ook de rest van hun nummers zijn prima om op mee te knikken en zo nu en dan een vuist in de lucht te gooien.

The Bohicas doen daarna in de grote zaal weer dingen die we eerder en beter hebben gehoord (dat was een beetje het thema van de avond). Aardige strakke, puntige indierock, maar nergens echt goed genoeg om te blijven hangen. Kate Boy was tenminste wel origineel, met een bezwerende mix van triphop en house met veel percussie en de goede stem van zangeres Kate Akhurst. Tof gedaan al is een uur lang misschien een beetje veel van het goede als ‘afsluiter’ van de avond.

Tussen aanhalingstekens inderdaad want na Kate Boy kwam Saint Motel nog in de kleine zaal, die minder gevuld was dan verwacht. Met ‘My Type’ hebben de vier Amerikanen al een aardig hitje gescoord en ook de rest van hun muziek past goed in het vakje ‘lekker zonnige indiepop’. Het is nergens echt origineel, met een rifje hier, saxoonfoonstukje daar, maar de band weet met hun enthousiasme wel bijna de hele zaal aan het dansen te krijgen.

Lees hier ook ons verslag van London Calling dag 2, met onder andere Spoon, Sebadoh en Josef Salvat.

facebook share facebook share

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>