London Calling dag 2: de stoomwals Blood Red Shoes

De tweedeLondon Calling  van 2007 levert in de vorm van Foals of The Video Nasties aangename verrassingen op. Gelukkig, daar komen we immers voor. Het is ook wel eens prettig als een hoopvolle verwachting echt uitkomt, namelijk dat Blood Red Shoes (foto) triomfeert en Paradiso helemaal plat speelt. En dat slechts met z'n tweeën. Lees hieronder het complete verslag van Blood Red Shoes' optreden en de andere concerten op de tweede dag van een wederom geslaagde aflevering van London Calling.

Deze tweede London Calling-avond begint met het uiterste contrast Dark & Gloomy vs. Blije Pretentieloze Britpop. Eerst speelt Dragons in de bovenzaal, een band met ervaren krachten die de gemiddelde leeftijd van de muzikanten op London Calling flink omhoog stuwen. De groep staat garant voor een hoogst ongezellige – als compliment bedoeld – start van dag twee, met een beklemmende, bombastische variant op de doomwave van Joy Division. Die klinkt mede dankzij genadeloos strakke, harde drums en meer synthesizers heftiger en zwaarder dan de reeds beroemde tijdgenoten van Editors en Interpol. In de kleine zaal doet uitstekende zanger Anthony Tombling gewoon al alsof hij voor een vol stadion staat te spelen. Dat is misschien nog wat overdreven, maar we zouden Dragons wel eens snel in één adem met Interpol en Editors kunnen noemen.

Lijnrecht tegenover Dragons staan dus die drie vrolijke snuiters van The Wombats die dan weer net hun hitje Let's Dance To Joy Division hebben gescoord, een van hun beste, meest catchy liedjes. Die wordt dan ook enthousiast door een hossende menigte begroet, net als die andere hit Backfire At The Disco. Een walsje halverwege haalt echter alle vaart uit de set en de hits zijn wel heel opvallend de beste liedjes. Bovendien is de ongeremde spontaniteit van een half jaartje terug ingeruild voor een meer professionele uitstraling, en dat is in dit geval jammer. Het zal het snel doorgroeien naar grotere zalen zijn, tot in Japan aan toe. Desalniettemin een leuk bandje met de beste koortjes van het weekend dat het volgend jaar vast verder zal schoppen.

Dat geldt ongetwijfeld niet voor Prinzhorn Dance School. Zo wel, dan eet ik mijn sokken op. In minimale belichting spelen drie kids kale, minimale ritmes, oersimpele bas- en gitaarlijnen met een beetje noise en onverstaanbare kreten, bedoeld om op te dansen. We zouden kunnen roepen dat dit waanzinnig interessante, tot op het bot uitgeklede rocksongs voor de toekomst zijn, zoals een gratis dagblad van de week deed. Maar in de praktijk is deze minimale, simpele muziek zonder dynamiek of spanningsboog oer- en oervervelend en dodelijk saai. Als dit de toekomst van rock 'n roll zou zijn, stop ik met luisteren. De absolute zeperd van het weekend.

Het publiek is al massaal de grote zaal ingevlucht voor de waanzinnige danspasjes van Jack Peñate en zijn snelle skapopliedjes zoals we die bijvoorbeeld van Dexy's Midnight Runners kennen. Het getuigt van lef om hyperenergiek met de leukste single Spit At Stars te beginnen, maar die had de Engelsman met Spaans bloed in de aderen beter voor later kunnen bewaren. Want enkele bijna Jack Johnson-achtige kwijlballades doen de aandacht tot het nulpunt verslappen. Kom op Jack, gooi die trage, niet uitblinkende liedjes in de prullenbak en pak uit met je erg fijne uptempo-werk dat het Paradiso-publiek ook duidelijk het liefst hoort. Nog iets meer variatie vinden en je bent een superster in wording. Sympathiek is hij er genoeg voor, al is het maar omdat hij zijn excuses aanbiedt aan Jezus nadat hij op het podium van de voormalige kerk twee zoenende meisjes voor zijn neus ziet. Ze duiken daarna snel het publiek in. "Sorry, Jesus!"

Zanger Gavin Dwight van Assembly Now heeft al een aardige stapel fans, getuige de hard gillende meisjes vooraan. Dat hadden we nog niet gehoord dit weekend. Hun soort stevige indierocksongs echter wel, ook al talloze keren vóór dit weekend trouwens, en op dat vlak overtuigde Look See Proof vrijdagavond net wat meer door wat harder van leer te trekken. Krullenbol Dwight weet zijn potentiële groupies vooraan wel prima te vermaken met het juiste spring-, ren- en flirtwerk. Niet slecht, maar weinig bijzonder.

Vrijdagavond hadden we New Young Pony Club om de danspasjes van stal te halen, op zaterdag is het de beurt aan Reverend And The Makers uit Sheffield. Zanger Jon McClure, huisgenoot van Arctic Monkey Alex Turner, en zijn band weten in tegenstelling tot de NYPC Paradiso wel van begin tot eind mee te krijgen met prima, meezingbare songs verpakt in zeer dansbare pop. Die klinkt tegen elf uur 's avonds ook nog eens stukken opzwepender dan op album The State Of Things of bij de middagoptredens op Lowlands en Pukkelpop eerder dit jaar. De hele band gaat uit z'n bol, net als de mannen als de constant huppelende toetseniste Laura een stukje zingt. De dames hebben dan Gavin Dwight, het mannelijk ook wil immers ook wat.

Juist om die reden lijkt het wel of alle mannelijke bezoekers zich even later in de kleine zaal proberen te proppen voor het sensationele duo Blood Red Shoes, met kleine, pittige, roodharige Laura-Mary Carter op gitaar en Steven Ansell als drumbeest. Slechts met z'n tweeën produceren ze een pisnijdige, loeiharde geluidsmuur waar een stoomwals niet tegenop zou kunnen. Knalharde, zeer strak gespeelde indiepunk met grote happen teenage angst, anger and boredom, onderstreept door songtitels als I Wish I Was Someone Better (briljante single), You Bring Me Down en How To Pass The Time. De crowdsurfers halen voor het eerst de bar. Hier willen we heel snel meer van. Sensationeel, of had ik dat al gezegd? Hoogtepunt van het festival.

Daar kunnen de ervaren Rakes rond middernacht geen seconde aan tippen. De grote kracht van The Rakes heet Alan Donohoe: hij bewijst zich als meest ervaren frontman van het festival. Niet zo gek: The Rakes hebben al twee albums uit en stonden ook al twee keer eerder op London Calling. Donohoe bespeelt de zaal met precies de goeie maniertjes en dansjes – ook met de dames die op het podium klimmen -, maar de britrockliedjes blijven drie kwartier wat gewoontjes, enkele fellere uithalen daargelaten. Een echt grote belofte voor de toekomst zijn The Rakes al nooit geweest en dat zal na dit degelijke optreden niet veranderen.

Zo'n voorspelling is over Los Campesinos! nog moeilijk te doen. Het is dit keer niet alleen dringen in de kleine zaal, maar ook op het podium, want deze vrolijke bende is zeven man en vrouw sterk, met gitaren, keyboards, drums en de enige viool van het festival. Een heerlijke single (We Throw Parties! You Throw Knives!) hebben ze alvast op zak en de uitbundige podiumpresentatie is al net zo onweerstaanbaar. Dat het muzikaal bij vlagen ronduit een zooitje is, zien we voor deze keer daarom door de vingers. Het is namelijk onmogelijk om geen glimlach op je gezicht te hebben na het zien en horen van Los Campesinos! Graag terug op grotere podia, zodat de bewegingsvrijheid ook wat groter is.

Terwijl het London Calling-publiek langzaam wordt vervangen door afterparty-publiek, staat er ook nog een typische afterparty-band in de grote zaal. De samplepop met hiphoptrekken van Sonny J leunt op twee zangeressen en een turntablist. Bezoekers met reeds een slok op die net binnenkomen vinden het geinig, wie er al een avond (of twee) op heeft zitten, maakt terecht dat ‘ie wegkomt. Hoelang moeten we nog meemaken dat er vijf keer achter elkaar Make Some Noise wordt geroepen?

De bovenzaal is nog een goeie plek om heen te vluchten voor het laatste fijne bandje van deze aflevering. The Video Nasties (bandnaam klopt grammaticaal natuurlijk voor geen meter) spelen stevige, catchy rammelpunkrock met Strokes-trekjes. Zeker de drie krullenbollen op drums, bas en gitaar trekken constant de aandacht door als bezetenen te keer te gaan. Niet de topper van de dag, wel een waardige afsluiter van een behoorlijk evenwichtige London Calling-editie, met meer dan genoeg bands en optredens op niveau en enkele fantastische uitschieters, waar we zoals gebruikelijk het laatste nog niet van hebben gehoord. De nieuwe dag drie in de kleine zaal moet ik noodgedwongen aan me voorbij laten gaan, tot volgend jaar maar weer.

Was jij ook op London Calling? Schroom niet en vertel hieronder in de comments vooral over je eigen favoriete shows of grootste teleurstellingen. Lees ook het verslag van vrijdag 2 november!

facebook share facebook share

4 Reacties // Reageer

4 thoughts on “London Calling dag 2: de stoomwals Blood Red Shoes

  1. Leonie

    Mierenneukend: het liedje ‘Laura’ van The Wombats heet natuurlijk ‘Party In The Forest (Where’s Laura?)’ (stond ook op 3voor12 als ‘Laura’, evenals dat het vaart uit het concert zou halen, hmhm), en wat is er grammaticaal incorrect aan Video Nasties behalve dat het een raar woord is?

    Ik vind het wel opvallend dat alle recensies behoorlijk overeen komen deze editie. Blood Red Shoes was inderdaad geweldig!

      /   Reply  / 
  2. Joris

    Hey Leonie, post gerust de links in de comments naar je reviews zonder te hyperlinken. Ik dacht echt dat het walsje van de Wombats Laura heette, vervelend liedje. Toevallige overeenkomst met 3v12 ja, we denken er blijkbaar hetzelfde over.

    Video Nasties, je zou zeggen dat het videos nasty moet zijn, maar da’s nog gekker. Blijkt het grammaticaal toch te kloppen, ik dacht dat het een leuk bedoeld, opzettelijk foutje was. Niks gezegd dus. :-)

      /   Reply  / 
  3. Hans

    Blood Red Shoes waren ook erg strak in Rotown!

      /   Reply  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>