Motel Mozaïque, vrijdag: in het duister tasten met Fever Ray

Zelden was het thema van Rotterdams kunstenfestival Motel Mozaïque zo onontkoombaar als dit jaar. Rotterdam ligt op zeker vijftig plekken in de stad open, dus bouwputten is de logisch gekozen rode draad. Zeker voor bezoekers die met de trein komen, is er geen ontsnappen aan. Het Centraal Station zelf is nu immers een enorme bouwput, en op weg naar de stands om de polsbandjes af te halen, moet je ook links of rechtsom om een gapend gat naar het Schouwburgplein heen.

En dan is er nog centraal punt Parc Mozaïque, recht tegenover het Nederlands Architectuurinstituut op het Museumpark, waar een grote parkeergarage in aanbouw is. Hier overnachten enkele tientallen bezoekers knus op veldbedjes in bouwketen, nadat ze zijn uitgezworven langs Rotterdamse Schouwburg, Watt, Rotown en Lantaren/Venster. En daar is twee avonden zoveel te beleven op muziek-, theater- en kunstgebied dat keuzes maken soms uiterst moeilijk is.

De variatie is op de vrijdagavond al enorm, van akoestische singer-songwriterpop tot verzengende noise en modern klassiek tot dansbare elektronische muziek. De route van Alternative Blog begint in Watt voor een band die er z’n hobby van heeft gemaakt om de trommelvliezen van de toehoorders aan gruzelementen te blazen. Maar op Motel Mozaïque staat A Place To Bury Strangers (foto links) niet eens waanzinnig hard. Met de oordoppen in rijst de vraag waar de gitaren gebleven zijn: misschien is het volume zelfs wat te zachtjes voor deze weids galmende, kille noiserock in agressieve Jesus & Mary Chain-traditie, die natuurlijk eigenlijk pijn moet doen.

Maar op deze sterkte zijn de onder lagen van zwaar vervormde bas en gitaren verstopte melodieën zelfs goed te horen over de schelle, mechanisch klinkende drums. De band overweldigt dit keer echter niet compleet. In het halfduister wordt verder geen boe of bah gezegd, en de muziek lijkt een beetje te blijven hangen op het podium. Toch blijft de grote zaal van Watt goed gevuld en mag de respons er zijn. Zeker als gitarist/monotone zanger Oliver Ackermann tegen het einde hevig zijn gitaar rondslingert en toetakelt met effectapparatuur. Topband voor de liefhebber, wie hier niets anders in hoort dan ruis, zal niet bekeerd zijn.

Vervolgens is het dringen om in datzelfde Watt in de kleine kelder te belanden voor het langverwachte Nederlandse live-debuut van Grampall Jookabox, kort daarvoor al even gezien in de bouwput tijdens een 3VOOR12-sessie. Zo speels, creatief en avontuurlijk als het op folklabel Asthmatic Kitty verschenen debuut Ropechain klinkt, zo rommelig en stuurloos blijkt de indiefolkhiphopelektronica van het duo live. Ergens halverwege de Basement slaat de boel dood: binnen 15 minuten komt er heel terecht een ware exodus naar de trap richting exit op gang. Er valt immers amper wat te horen of te zien.

Teleurstellend genoeg komen de meeste gitaren en andere geluiden uit een doosje, een enkel partijtje bas daargelaten. Als ze het tenminste werken. Maar er is wel een drummer die niet al te afwisselende ritmes aan elkaar slaat. Laat dan die drummer thuis en neem wat extra muzikanten mee ten gunste van muzikaal avontuur en live-act: zo voegt een optreden niets toe aan de plaat. Sterker nog: het doet er afbreuk aan. Dat door het lage podium in de kelder meestal alleen het oranje mutsje van Grampall-brein David ‘Moose’ Adamson te zien is, maakt het allemaal niet beter, ondanks z’n koddige dansjes met het publiek. Leukste nummer The Girl Ain’t Preggars kan dit prutswerk allang niet meer redden. Zonde.

Nee, om in volslagen duister toch van alles te zien op een podium, moet je even later in de schouwburg bij het duistere en zware spektakel zijn dat Fever Ray (foto rechts) heet. Zoals verwacht zijn veel mensen gekomen voor de show van de vrouwelijke helft van het Zweedse elektronica-duo The Knife. Op gegeven moment gaan de deuren onverbiddelijk dicht. Voor aanvang zijn de grote, rode gordijnen van het toneel nog gesloten; wat zou daar achter zitten? Dat is niet direct te zien als ze eenmaal openen, totdat langzaam in opvallende kledij gehulde muzikanten en percussionisten zichtbaar worden, omringd door het warme licht van acht oude schemerlampen en kleurige laserstralen die dwars door de zaal snijden. In het midden een donkere gestalte in jurk, met een groot masker met hoorntjes op. Zijn we hier dan toch bij een concert van Sun O))) beland? Neen: zodra de bizarre verschijning zich tot een microfoon richt, is Dreijer’s zeer laag gepitchte stem te horen in het beklemmende openingsnummer van haar soloplaat: If I Had A Heart.

Wat volgt is een volmaakt uitgedachte show met een ongekend spannende en donkere sfeer, waarin lichteffecten en muziek elkaar subliem naar een hoger plan tillen, net zoals bij de eerdere shows van The Knife het geval was. Fever Ray is live extremer dan op de vrij prettig wegluisterende plaat. De diepe bassen zijn van een luidheid die broekspijpen en T-shirtmouwen doen trillen, soms bijna de synths, heldere percussie en zang overstemmend, en de nummers worden wat trager gespeeld. En dan is er nog een praktisch onherkenbare cover van Nick Cave’s The Kindness of Strangers, waarbij de bijna industriële beats je om de oren vliegen. Veel houvast voor de toeschouwer is er niet, het is voor iedereen in het duister tasten.

Zeker de eerste helft van de show de begeleiders achter apparatuur en tal van percussie-instrumenten amper te zien, pas halverwege komt er wat meer licht in de duisternis. Dreijer zet na een kwartier dat ongetwijfeld krankzinnig hete masker af. Tegen het einde als ze prijsnummer When I Grow Up met haar eigen stem zingt, is ze ook voor het eerst in het volle licht te zien. Toch ziet tegen het einde bijna niemand een weer gemaskerde Dreijer van het podium vertrekken. Zonder iets te hebben gezegd laat ze een ramvolle Rotterdamse Schouwburg met stokkende adem achter.

Ook adembenemend, maar dan juist op de meest extraverte manier denkbaar: …and you will know us by the trail of dead uit Texas, dat in het kleine theater Lantaren te zien is. Aanvankelijk voor een half gevulde zaal: vol = vol is het devies, maar er blijken veel meer mensen bij te kunnen zonder dat het afgeladen zou raken. Dan hadden ook meer mensen getuige kunnen zijn van het meest bevlogen optreden van de hemelbestormende rockband in jaren, dit keer zeven man (en drie gitaristen) sterk. Dat het juk van een grote platenmaatschappij definitief is afgeschud, was op woest zesde album The Century Of Self al te horen, en de vreugde is ook weer op het podium te zien. Wat heet: Jason Reece maakt in de toegift al zingend een ronde door de zaal, meespringend met zijn publiek. Mooi moment.

De ingrediënten onneembare gitaarmuren, kilo’s bombast, bakken pathos en twee denderende drummers zijn weer volop aanwezig. Zeker frontman Conrad Keely en heftig klapwiekende zanger/gitarist/drummer Jason Reece lijken het heilige vuur helemaal te hebben hervonden en zijn geweldig op dreef. Her en der wat slordig, rammelend spel is ze daarom in dit geval vergeven, helemaal met zo’n reeks prachtsongs van de jongste plaat en het beste werk van oudere albums Worlds Apart en Source Tags & Codes op rij. Dat ze dit niveau nu voorgoed mogen vasthouden en nóg hoger mogen stijgen.

Zo opgefokt als de sfeer een uur lang op het podium van Lantaren is, zo ontspannen gaat het er intussen aan toe op de bühne van Watt. En toch gaat een ramvolle zaal – er is amper doorkomen aan – intussen volledig uit z’n bol op opmerkelijke liveband The Whitest Boy Alive. Het viertal onder leiding van Noor Erlend Oye speelt zijn an sich dansbare liedjes juist opvallend rustig, losjes en ontspannen. Echt opzwepend of spannend kun je het met de beste wil van de wereld niet noemen, maar toch: Motel Mozaïque gaat met tientallen handjes volkomen plat, en da’s knap.

Niet te lang nadansen is vervolgens het devies, want er wacht zaterdag nog een lange avond met onder meer de Zuid-Afrikanen van BLK JKS, Nina Kinert, Tiny Masters Of Today, Marching Band, Loney Dear en vele anderen. Dan moeten we ook de Mieke Maaike’s Obscene Kapsalon van het Belgische Villanella & het Geluidshuis in de schouwburgfoyer maar eens bezoeken.

Zie ook:
- Motel Mozaïque, zaterdag: HEALTH reduceert de rest tot doetjes

facebook share facebook share

2 Reacties // Reageer

2 thoughts on “Motel Mozaïque, vrijdag: in het duister tasten met Fever Ray

  1. felix

    Ik heb de Drumstok van Röyksopp!!! Fever Ray en Röyksopp waren echt geweldig!

      /   Reply  / 
  2. Sjoerd

    Ha die Felix! Ik had je nog willen bellen. Wil je de andere ook? :)

      /   Reply  / 
  3. Pingback: Motel Mozaïque, zaterdag: HEALTH reduceert de rest tot doetjes | Alternative

  4. Pingback: Lowlands 2009: Lily Allen, Wilco, Whitest Boy Alive, Kasabian | Alternative

  5. Pingback: London Calling, dag 2: Veni Vidi Dananananaykroyd, Noisettes niets zonder Shingai | Alternative

  6. Pingback: Maxïmo Park, Fever Ray, Andrew Bird naar Pukkelpop 2009 | Alternative

  7. Pingback: Lowlands 2009: Fever Ray, Jack Penate, Nina Kinert, ticketperikelen | Alternative

  8. Pingback: A Place To Bury Strangers laat uw hoofd ontploffen | Alternative

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>