Into The Great Wide Open, dag 2: Kalmpjes The Whitest Boy Alive maakt Vlieland knettergek

De vraag werd twee dagen terug al even voorzichtig opgeworpen: hoe gaan Into The Great Wide Open-gangers van vorig jaar én nieuwe bezoekers, die afgekomen zijn op de jubelverhalen over de eerste editie, deze tweede, meteen uitverkochte aflevering van het Vlielandse festival beleven? Kan na de verrassing van de eerste editie de sfeer weer net zo goed en plezierig worden? Na de vrijdag en de ramvolle zaterdag kan die vraag volmondig met een ‘driewerf ja!’ worden beantwoord. Met iets meer mensen dan vorig jaar op een bont gekleurd, speels festivalterrein, een mooie uitwijkplek naar het Naar Buiten-podium in het bos (meteen zeer geliefd bij artiesten en publiek) en een absolute knalfuif aan het einde van de tweede dag aangevoerd door The Whitest Boy Alive, kunnen we misschien al voorzichtig zeggen dat de beleving van vorig jaar op enkele punten is overtroffen. Hoe mooi is dat.

Dat ligt dus niet alleen maar aan de muziek die te horen is, die op zaterdag al vrij vroeg op de ochtend begint (wel pas ná de yoga op het strand), waarna The Whitest Boy Alive pas tegen 01.00 uur met een groot feest het licht uitdoet. Voor die tijd is het al voor het middaguur eerst de beurt aan de luisterliedjes van de frêle Amerikaanse zangeres Jesca Hoop en haar rustige, ietwat in de blues gewortelde luisterliedjes. Ritmiek en gitaarwerk doen aan Tom Waits denken, wat niet vreemd is: Hoop was jarenlang de nanny van zijn kinderen. Daarover vertelt zij niets bij haar optreden: wel over haar verhuizing naar Manchester en haar Nederlandse achternaam, plotseling een sinister lachje uitkramend. Een goed gevulde zaal van De Bolder luistert aandachtig en stil toe, waarschijnlijk zonder de liedjes te kennen. Het kan dus nog wel, besef je als hoofdzakelijk Melkweg- en Paradiso-bezoeker, en de aandacht voor Hoop is in dit geval dik verdiend.

CW StonekingEen andere aparte snuiter staat op het sportveld, luistert naar de naam C.W. Stoneking en is afkomstig uit Australië, maar neemt de Vlieland-bezoekers even mee van het waddeneiland naar het diepe zuiden van de Verenigde Staten, met heerlijke kale blues, country en antiek aandoende dixieland-krakers regelrecht uit het New Orleans van de jaren dertig. Alleen bij Stoneking hoor je dit weekend een stokoude jodelliedje voor op begrafenissen. Toch blijft het gezellig, zijn verhalen met opmerkelijk accent (zuidelijk Amerikaans vs. Australisch) waarmee hij de liedjes inluidt zijn amusant en zijn Primitive Orchestra staat garant voor het aanstekelijke getoeter op trompet en trombone. Na een klein uurtje heb je het misschien wel gehoord, maar toch: voor ondergetekende een heel aangename kennismaking.

Hetzelfde geldt voor jonge Amerikaanse countryzangeres Caitlin Rose uit Nashville, Tennessee, waarvoor een noeste wandeling naar het Naar Buiten-podium wordt ondernomen, dat inmiddels door alle festivalgangers wel gevonden lijkt. Rose en haar twee begeleiders staan helemaal in hun sas op het kleine podium, terwijl de veelal lieve countryliedjes warm en plezierig klinken. Meer dan op haar plaat Own Side Now bewijst ze bovendien ook kracht te kunnen zetten met haar zachtaardige stem. Lief, zachtaardig; voor indringende spanning of diepgaande songs vol narigheid hoef je niet bij Rose te zijn. Toch bewijst ze dat een beetje voortkabbelen in het bos heel plezierig kan zijn. Het publiek belooft haar trouw door een drinkliedje massaal mee te zingen. “There’s an answer in every bottle, so I’m gonna drink so much ‘till I forgot the question.”

Ook rauwere indie-rock ‘n roll kan prima in het doorgaans rustige bos, zo bewijst het Amsterdamse Scram C Baby met alweer een nieuwe topplaat genaamd Slow Mirror Wicked Chair. Van die plaat horen we veel bondige liedjes, evenals van voorgangers The Thing That Wears My Ring en Love Is Not Enough. Soms punky en fel, dan weer rammelend en melodieus. Ook al is zanger John Cees Smit niet te temmen, helaas reikt het geluid van dit podium niet heel ver. Het geluid is iets te zacht om alle konijntjes in de buurt weg te jagen en de gitaren van Geert de Groot klinken een stuk dunner dan op de platen, wat wel wat jammer is. Desalniettemin: zie ze anders op volle kracht in Paradiso op zaterdag 11 september, als het nieuwe album wordt gepresenteerd. Dan krijgt het live-geluid vast wel de nodige stootkracht.

De ruimte voor het bospodiumpje zal zodirect compleet vollopen voor Tim Knol (die gewoon op de fiets komt aangereden), maar het is snel teruglopen dwars door de dennenbomen om een groot gezelschap op het Sportveld een fors feest te zien bouwen. Rapper Typhoon sloeg een tijd terug de handen ineen met New Cool Collective, en na Lowlands mag duidelijk zijn dat ook de bezoekers van alle leeftijden plat gaan voor de opzwepende mengeling van live gespeelde hiphop en enkele sterke popsongs (Tot Het Licht Uit Gaat!) met vleugjes jazz, met een glansrol voor de puntgave blaassolo’s van Benjamin Herman. Typhoon en zijn maten zorgen er intussen voor dat het publiek dat achterin staat te springen. Dat zie je niet bij de rockbandjes die er zijn. Zet echter alleen maar dit soort acts neer op Into The Great Wide Open, en het indiepubliek dat er nu is, blijft waarschijnlijk weg. Lastige paradox. Maar voor deze bom van een liefdevolle show gaat het zonovergoten Vlieland terecht plat.

In die zin vormt de inktzwarte, in galm gedrenkte country-noir van Timber Timbre een absoluut contrast met dat feest, maar in zijn neerslachtige soort is dit trio op een heel andere manier net zo indrukwekkend. Van de drie Canadezen rond zanger Taylor Kirk zijn alleen de silhouetten te zien, terwijl ze trage, dreigende en sinistere muziek spelen met de wortels in country en folk. De perfecte soundtrack bij een effectieve griezelfilm die zich in het zuiden van de VS zou afspelen, waarvoor de duistere Bolder zich muisstil houdt. Wie weet wat er anders zou gebeuren… Huiveringwekkend mooi.

Met een flink Excelsior-gehalte op Into The Great Wide Open (logisch als je ziet wie er zoal in de organisatie zitten) is het logisch dat ook de bewierookte Excelsior-band van het afgelopen jaar de boot heeft gepakt naar Vlieland. Na de glorieuze show op Lowlands van twee weken terug, doet de soortgelijke set van Marien Dorleijn’s Moss dit keer echter wat mat aan. En dat ligt niet aan de afwezigheid van de acht gastdrummers van toe. Tuurlijk, die knappe songs van Never Be Scared/Don’t Be A Hero kunnen we blijven horen, maar er is dit keer nauwelijks onderlinge chemie te zien en na een langer slepend trager middenstuk slaat de Moss-vonk dit keer niet tot nauwelijks over op het publiek. Misschien dat er voor Moss toch iets meer druk en spanning nodig is om te excelleren?

Na dit wat moeizamere optreden is de Neder-afropop van het Amsterdamse Jungle By Night in de Bolder een ware exotische verrassing. Negen jonge muzikanten hebben de opmerkelijke keuze gemaakt Afrikaanse muziek uit verschillende windstreken te spelen, met een aanstekelijk enthousiasme, lekker glijdende grooves en spetterende blaaspartijen. Een eerste single is onderweg, op 1 oktober staat Jungle By Night in Paradiso, zo wordt niet zonder trots aangekondigd. Om haarscherp in de gaten te houden, dit gezelschap; nu al goed, maar wordt waarschijnlijk met veel spelen alleen nog maar beter. Laat het publiek in de Bolder een aanbeveling zijn: de mooiste optredens zijn immers die waarbij een afwachtende zaal uiteindelijk helemaal overstag gaat. En het in dit geval op een niet te stoppen heupwiegen zet.

Van jonge honden naar de oudste rot met een reputatie op dit festival: de Belg Arno Hintjes, oprichter van TC Matic, geeft mogelijk het meest onbegrepen optreden van dit festival. Zeker, van de door drank en sigarettenrook vermorzelde stem moet je houden, maar mooi Frans zingen kan Arno nog steeds. De muziek gespeeld door zijn doorgewinterde begeleiders laveert intussen van bluesy rock via kermismuziek, Tom Waits-ketelklanken en een enkele Franstalige chanson naar Midden Oosten-invloeden en weer terug. Tegen het einde volgen er nog bijna onherkenbaar gespeelde versies van Oh La La La en TC Matic-klassieker Putain Putain. Een boeiend en bij vlagen sterk optreden, al is de respons lauw en vragen veel bezoekers zich zichtbaar af wie die oude, beetje gekke man is, met zijn ‘g’navond meneren en madamen’-begroeting. Wellicht dat je in België moet zijn om een Arno-optreden tot een waar feest te zien verworden.

Veel mensen zijn dan allang richting het Naar Buiten-podium gelopen, want Spinvis staat op het programma. Althans, Erik ‘Spinvis’ de Jong presenteert er zijn nieuwe project Dorléac met Hooverphonic –zangeres Geike Arnaert, en dat levert een ware volksverhuizing over de donkere bospaden op. Heus: het Naar Buiten-podium raakt vol en de omgeving moet tijdelijk worden afgesloten. Gelukkig zijn er sluiproutes en is het met vele mensen alsnog geconcentreerd luisteren naar de opvallend druggy en donkere muziek met enkele noisy uithalen van De Jong en begeleiders op bas en drums en een gekweld zingende Arnaert. Muziek die moet bezinken: het kwartje valt niet bij iedereen, wat niet verwonderlijk is. De plaat Dorléac moet nog uitkomen en net als het album is dit vrij unieke optreden na een dik half uur opeens over. Niet zo zeer een muzikaal hoogtepunt van deze dag, maar Dorléac zorgde met zo’n volgestroomd donker bos voor een grote dosis sfeer.

En zo gaat de volksverhuizing terug richting Sportveld voor wat voor velen het hoogtepunt van het festival zal zijn: Erlend Oye is van de partij met The Whitest Boy Alive. Net als eerdere keren dat de band in Nederland speelde, gebeurt er iets wonderlijks: hoe ontspannen en kalm de band de nauwelijks enerverende dansliedjes met staccato gitaarriffjes, eenvoudige synth-motiefjes en soepel naar binnen glijdende baslijnen ook speelt: de meute gaat compleet uit z’n stekker, danst steeds harder en smeekt na een dik uur van deze vlakke, op den duur zelfs eentonige en saaie deuntjes om meer. Oye kan de gekke, nerdy bewegingen maken die hij wil: de meisjes vooraan worden gek. En dat terwijl de muziek zelf pas tegen het einde een beetje enerverend wordt met een cover jaren negentig-hit Show Me Love (Robin S.). Op zich een prestatie van formaat: zo’n groot, euforisch feest kunnen laten ontvlammen, terwijl er op het podium of in de muziek eigenlijk totaal niets opwindends gebeurt. Dat maakt The Whitest Boy Alive hoe dan ook tot een uniek bandje, of je het nu geweldig vond of dodelijk saai (wie, ik?). Voor de tweede categorie is de populariteit van deze Noren lastig te vatten.

Toffe jongens zijn het wel, die van The Whitest Boy Alive, want na hun optreden is het feest nog niet over. Terwijl dansvloeren in de Bolder (met St. Paul) en in goudeerlijke bar/dancing De Oude Stoep in het dorp volstromen, gaan Erlend en zijn makkers nog naar het strand om rond het kampvuur muziek te maken. Laat de jongens van Jungle By Night daar nu ook nog zijn: ze spelen en toeteren uren door. Werkelijk uniek; dat kan alleen maar op Into The Great Wide Open, en het maakt dit festival, zeker na deze lange, gevarieerde en ontzettend sfeerrijke dag, definitief tot een festival om te koesteren. En dan heb ik het nog niet gehad over (door mij gemiste) optredens van Blaudzun en I Am Oak in het Armenhuys, een spontane show van Beans & Fatback in een van de festivalrestaurantjes, de beeldende kunst in het bos, kinderen die kranten maken, maar vooral druk zijn met bekers rapen…

En dan hebben we nog een korte zondag te gaan – vast met een lange afterparty in de avond – voor de boeg, met onder meer Heavy Trash, Modest Mouse, Selah Sue en Oi Va Voi. Ik en 5000 anderen genieten hier nog even verder, voordat de boot terug naar de wal wordt gepakt…

Wat hebben bezoekers getwitterd, gefotografeerd en gefilmd? Zie het op de mashup-site van ITGWO.

Zie ook:
- Into The Great Wide Open, dag 3: Heavy Trash als het shot tabasco op de zondag
- Into The Great Wide Open, dag 1: The Tallest Man On Earth is de ‘King of Vlieland’
- Alt. Blog op Vlie: Into The Great Wide Open is begonnen!


Lees ook:Into The Great Wide Open heeft de tijdschema’s paraat
Lees ook:Alt.Blog op Vlie: Into The Great Wide Open is begonnen!
Lees ook:Into The Great Wide Open in een halve dag uitverkocht
Lees ook:El Pino & The Volunteers maakt nieuwe Vlieland-EP
Lees ook:Foto’s: terugverlangen naar Into The Great Wide Open

Heb jij Alternative.Blog nog steeds niet toegevoegd aan je Google homepage of Reader? Klik hier!


  • Geplaatst door Rob(V) op 5 september 2010 om 14:04

    Het lijkt mij een mooi feest daar. Wel heel jammer natuurlijk dat menig bezoeker van welk festival ook zo weinig muzikaal-historisch besef in zijn/haar bagage heeft: dat Arno niet herkend en erkend wordt als een der groten van de muziek uit Nederland/België (ja ja, jongelui, ook historisch verbonden!).

Geef een reactie