Concert: de zaterdag van London Calling kent met Kurt Vile een prima afsluiter

20151031_234646

Voor wie niets met Halloween heeft is het zaterdagavond goed toeven in Paradiso. Ja, ze zijn er wel, de vampiers, zombies en verpleegsters (elk kostuum lijkt een variatie op die drie archetypes), maar altijd nog een stuk minder dan buiten de deuren van de voormalige kerk. London Calling it is dus, op een avond die rustig toewerkt naar wat wel de headliner van het weekend genoemd mag worden: Kurt Vile & The Violators.

Voordat het zover is mogen nog negen bands hun ding doen in de twee zalen die Paradiso rijk is. Van die negen is Bully ongetwijfeld één van de hardste. De noiserockers uit Nashville werkten al met Steve Albini en hebben goed geluisterd naar illustere voorgangers als Pavement en The Breeders. Prijsnummers als ‘Trying’ gaan er goed in bij het publiek en zelfs het feit dat zangeres Alicia Bognanno haar uithalen bij vlagen wel heel dik aanzet mag de pret niet drukken.

Als Howard daarna in de kleine zaal aan een half uur durende set begint is het behoorlijk dringen geblazen. Daar is het aan het einde geen sprake meer van, al ligt dat niet per se aan de inzet van de band. Howard is namelijk best goed, zij het wat stuurloos. De ene keer produceren de vier iets dat klinkt als stoner rock, dan lijkt het weer op prog rock, folk rock of zelfs lichte r&b bij de afluister. Howard laat wel horen dat het absoluut kan spelen en de vocalen van zanger Howard Feibusch zijn tegelijk breekbaar en vol, dus met wat meer focus gaan we hier nog wel wat van horen.

Lower Dens heeft het daarna moeilijk in de grote zaal. De hypnotiserende new wave verdrinkt een beetje in het geroezemoes en de dunne stem van zangeres Jana Hunter is niet aanwezig genoeg om de muziek daar weer uit te trekken.

Dan maar wachten op Kurt Vile & The Violators, met b’lieve i’m goin down vooralsnog een aardige kanshebber voor de titel ‘album van het jaar’. Vile zelf blijkt een schuchtere gozer die zich het liefst lijkt te verstoppen achter zijn lange manen en het publiek voortdurend onderzoekend aankijkt. Muzikaal heeft hij echter totaal geen moeite zich te uiten, met een knappe set die al vroeg langs ‘Pretty Pimpin’, ‘I’m An Outlaw’, met een glansrol voor Vile’s banjo, en ‘Wheelhouse’ voert, de hoogtepunten van zijn laatste en live met wat meer body gespeeld dan op plaat.

Bij een getergd ‘Wakin On A Pretty Day’ in het tweede deel sneuvelt een snaar en even lijkt het alsof hij zijn gitaar kapot gaat slaan. Dat is slechts schijn en even later gaat hij op een volgende gitaar door voor een akoestisch intermezzo. Vlak voor het einde trakteert Vile het publiek op een cover van ‘Downbound Train’ van niemand minder dan Bruce Springsteen, die hij brengt met die typische Vile sneer.

Het einde komt vrij abrupt: Vile lijkt een seintje te krijgen dat hij nog vijf minuten heeft en er komt nog een nieuwe gitaar het podium op. Vile lijkt het echter wel gezien te hebben en na het schudden van een aantal handen op de voorste rij verdwijnen The Violators van het podium.

facebook share facebook share

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>