Live review: Dour 2012, dag 3 en 4

Om Dour 2012 in één woord samen te vatten: modder. Maar er was meer: dit European Alternative Music Event in Wallonië bracht vier dagen lang het beste van de onderstroom van de meest uiteenlopende genres.  Ondanks het verschrikkelijke weer was de sfeer top. Lees hier het verslag van dag 3 en 4 met onder meer The Flaming Lips, The Pharcyde, The War on Drugs, TNGHT en Bloody Beetroots.

Aan het begin van de derde dag was het plan ons eens stevig wakker te laten schudden door de snelle skatepunk van Celebral Ballzy. Op het juiste tijdstip aanwezig bleek men aan het opbouwen te zijn voor de volgende band. Deze programmawijziging was nergens duidelijk aangekondigd, maar het hoort ook wel bij het karakter van Dour: veel minder strak georganiseerd dan festivals in Nederland.

Volgende afspraak was The War on Drugs. De voormalige band van Kurt Vile (die overigens zelf een paar uur later solo op hetzelfde podium op zou treden) timmert ook zonder hem flink aan de weg. De band en het publiek moesten er even inkomen maar zodra de wat langere songs van het steengoede album Slave Ambient aan bod kwamen was het genieten van hun knap uitgesponnen en rustig spacende alternatieve rock. Ben ik trouwens de enige die vindt dat het stemgeluid van zanger Adam Granduciel aan dat van Mark Knopfler doet denken?

Net als op dag twee stond er een behoorlijk grote naam uit de hiphop van de ‘gouden’ jaren ’90 op het podium. Van The Pharcyde was al jaren weinig vernomen, maar op Dour 2012 doken de twee overgebleven rappers Imani en Bootie Brown dus opeens met een heuse live band op. Hoewel, ‘band’ is een groot woord. Die bestond slechts uit een drummer, een toetsenist (samen goed voor zo’n 300 kilo schoon aan de haak) en een dj. Dat maakte het concert er zeker niet minder op. Al snel had The Pharcyde de sfeer er goed inzitten. Imani en Bootie Brown lieten duidelijk blijken nog altijd over skills te beschikken terwijl de band zeer strak gespeelde vrolijke funky hiphopbeats liet horen. Misschien tijd om eens wat nieuw materiaal op te nemen? MF DOOM, of DOOM zoals hij tegenwoordig door het gaat bracht een eenvoudigere show met alleen een back up mc bij zich. De raps van de gemaskerde man klonken best oké, maar het werd al snel wat saai met alleen rechttoe-rechtaan hiphop.

De jonge Canadese producer Lunice gaat het helemaal maken, althans als het aan het hippere deel van de blogosphere ligt. Hij remixt wat af en werkte al samen met superster-producer Diplo. Zaterdag lag het in elk geval niet aan zijn energie: als een bezetene stond Lunice op en neer te springen achter zijn laptop. Daar kwamen dan weer in hoog tempo vakkundig aan elkaar gemixte furieuze hiphopbeats uit. Zeer vermakelijk. Tot 05.00 ’s ochtends was het dan weer de beurt aan achtereenvolgens Ben Klock en Marcel Dettmann om een stevig technofeestje te bouwen. Beide zijn residents in het Berlijnse Berghain, dus dat zat wel goed. Vanaf het moment dat Klock iets verlaat zijn eerste bassen door de speakers van de Dance Hall pompte ging het los.

Toch moesten we halverwege dit heerlijk avondje nog wel even onderbreken. En wel voor het lage landendebuut van TNGHT. TNGHT is, zoals eerder op deze site gemeld, de kersverse samenwerking tussen de eerdergenoemde Lunice en de redelijk geniale Schotse producer Hudson Mohawke. Het is een wat vreemd gezicht: de introverte bleke nerd Hudson Mohawke naast de alweer wild bouncende Lunice achter de draaitafels. Samen bliezen de twee wel mooi snoeihard het dak van de tent. Dit was een van de absolute hoogtepunten van deze Dour-editie. Muzikaal ook echt een mix van de stijlen van de twee producers. Hudson Mohawke met wat meer hiphopinvloeden, of Lunice maar dan lomper, vetter en gestoorder. Het optreden van TNGHT was wel aan de korte kant; we hoorden uiteraard de debuut-EP, en een enkele HudMo-klassieker als ‘Cbat’.

 

Op de vierde en laatste dag, maar eigenlijk de dagen daar voor ook al, was werkelijk alles en iedereen doornat en onder de modder. Een klein deel van de camping was ondergelopen, maar de 32.000 kampeerders en duizenden dagkaartbezitters lieten zich echter niet deren. Zoals daar gezegd wordt: Dour, c’est l’amour.

Daar sta je dan: tot diep over de enkels in de modder op een regenachtig veld te kijken naar The Flaming Lips. De cultband deed er in elk geval alles aan het publiek wat warmte te geven. Alle bekende tierlantijntjes werden weer uit de kast gehaald: de confettikanonnen, de immense ballonnen (waarvan één met de zanger erin), hippie visuals, twee dansgroepen in klederdracht, reuzenhanden die laserstralen schieten en een enorme opblaaskikker en –alien. Zo kennen we de Flaming Lips natuurlijk en ook de setlist was allerminst onaardig. Met de deur in huis vallen met ‘Race for the Prize’ en slim in de set verweven nog de meezingers ‘Yoshimi Battles the Pink Robots’ en ‘Do you realize’. Goed geluid ook op de koude wei; een prima optreden eigenlijk.

De warmte vonden we zeker bij Max Romeo. De Jamaicaanse reggaelegende bracht de Dance Hall in tropische sferen. De oude baas, bij het grote publiek vooral bekend van het door The Prodigy gesamplede ‘I Chase the Devil’ was zeer goed bij stem en zijn veelkoppige band speelde zo strak als een nog niet zo rijpe kokosnoot. Vooral credits voor de fijne achtergrondzang. Een heel dynamische show heeft Max Romeo niet maar wat verwacht je ook van een 68-jarige.

Als afsluiter van het hoofdpodium stond Bloody Beetroots met een dj-set geprogrammeerd. De twee Italianen bliezen harde elektro van het podium die slechts kort kon bekoren. In het begin ben je overdonderd door de bak lekker geluid die op je afkomt, en een half uurtje lang ben je geneigd mee te springen. Daarna is het trucje opbouw-climax-opbouw-climax-opbouw CLIMAX wel bekend en kan zelfs het feit dat een van de twee af en toe de microfoon pakte om daarin mee te schreeuwen hun eendimensionaliteit niet verbergen.

Feed Me bracht iets meer afwisseling. Hij draaide achter een absurde lichtgevende dj-opstelling (een soort monsterbek met grote tanden, dit concert stond dan ook in de boekjes als Feed Me…with teeth). Er kwam wat electro voorbij, wat house en wat dubstep, maar welke stijl hij ook koos, echt origineel werd het nooit. Ook dachten we zo aan het eind van het festival nog eens een goede pot drum ’n bass mee te pakken maar dat liet Feed Me ditmaal achterwege.

Een jaar sluit je op oudejaarsavond met een knaller af dus een festival ook moet de organisatie van Dour gedacht hebben. Daar hadden ze een zeer geschikte voor gevonden: de totaal geflipte DJ Scotch Egg. Denk een langharige bebaarde Japanner die achter een salontafeltje vol met elektronica en een schemerlamp op een voor de rest verduisterd podium de meest gestoorde breakcore draait die je ooit gehoord hebt. Vermengd met de betere chiptunes (de gameboy werd flink misbruikt) sprong de muziek van de hak op de tak en ging DJ Scotch Egg hard, harder en hardst, tot aan de gabberbeats toe. Later in de show volgden nog een gastoptreden van een krijsende zanger(es?) en een bestorming van het podium aangemoedigd door de Japanner. Dour 2012 was onder meer door de omstandigheden redelijk die hard te noemen dus wat dat betreft een waardige afsluiter.

Klik hier om het verslag van de eerste twee dagen te lezen.

Op de camping bleef de sfeer er altijd goed in zitten:

facebook share facebook share

Geen reacties // Reageer

0 thoughts on “Live review: Dour 2012, dag 3 en 4

  1. Pingback: Live review: Dour 2012, dag 1 en 2 | Alternative

  2. Pingback: Live review: Pukkelpop 2012, dag 1 | Alternative

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>